Woordenlijst
Koreaans – Bijwoordenoefening
nu
Moet ik hem nu bellen?
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
links
Aan de linkerkant zie je een schip.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
bijna
Ik raakte bijna!
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
daar
Het doel is daar.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
samen
We leren samen in een kleine groep.