Woordenlijst
Italiaans – Bijwoordenoefening
samen
We leren samen in een kleine groep.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
te veel
Het werk wordt me te veel.
iets
Ik zie iets interessants!
al
Hij slaapt al.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
nu
Moet ik hem nu bellen?
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.