Woordenlijst
Pools – Bijwoordenoefening
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
net
Ze is net wakker geworden.
samen
We leren samen in een kleine groep.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
in
Ze springen in het water.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.