Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/89635850.webp
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
skakel
Sy het die foon opgetel en die nommer geskakel.
cms/verbs-webp/98082968.webp
luisteren
Hij luistert naar haar.
luister
Hy luister na haar.
cms/verbs-webp/123546660.webp
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
kontroleer
Die werktuigkundige kontroleer die motor se funksies.
cms/verbs-webp/113415844.webp
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
verlaat
Baie Engelse mense wou die EU verlaat.
cms/verbs-webp/123953850.webp
redden
De dokters konden zijn leven redden.
red
Die dokters kon sy lewe red.
cms/verbs-webp/71883595.webp
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
ignoreer
Die kind ignoreer sy ma se woorde.
cms/verbs-webp/123947269.webp
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
monitor
Alles word hier deur kameras gemonitor.
cms/verbs-webp/91906251.webp
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.
roep
Die seun roep so hard soos hy kan.
cms/verbs-webp/55119061.webp
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
begin hardloop
Die atleet is op die punt om te begin hardloop.
cms/verbs-webp/57207671.webp
accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.
aanvaar
Ek kan dit nie verander nie, ek moet dit aanvaar.
cms/verbs-webp/93792533.webp
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
beteken
Wat beteken hierdie wapenskild op die vloer?
cms/verbs-webp/90821181.webp
verslaan
Hij versloeg zijn tegenstander in tennis.
klop
Hy het sy teenstander in tennis geklop.