Woordeskat
Leer Werkwoorde – Nederlands
overweg kunnen
Stop met ruziën en kunnen jullie eindelijk met elkaar overweg!
oor die weg kom
Beëindig jou stryd en kom eindelik oor die weg!
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
uitsien na
Kinders sien altyd uit na sneeu.
uitsterven
Veel dieren zijn vandaag uitgestorven.
uitsterf
Baie diere het vandag uitgesteek.
geïnteresseerd zijn
Ons kind is erg geïnteresseerd in muziek.
belangstel
Ons kind stel baie belang in musiek.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
sorteer
Ek het nog baie papier om te sorteer.
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
waarborg
Versekering waarborg beskerming in geval van ongelukke.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
ontvang
Ek kan baie vinnige internet ontvang.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
verlaat
Baie Engelse mense wou die EU verlaat.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
opsy sit
Ek wil elke maand ’n bietjie geld opsy sit vir later.
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
beskik oor
Kinders beskik net oor sakgeld.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
luister
Hy luister graag na sy swanger vrou se maag.