Woordeskat
Leer Werkwoorde – Nederlands
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
skep
Hy het ’n model vir die huis geskep.
trainen
Professionele atleten moeten elke dag trainen.
oefen
Professionele atlete moet elke dag oefen.
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
weggee
Sy gee haar hart weg.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
stel voor
Die vrou stel iets aan haar vriendin voor.
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
noem
Hoeveel lande kan jy noem?
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.
stem saam
Die bure kon nie oor die kleur saamstem nie.
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
noem
Hoeveel keer moet ek hierdie argument noem?
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.
kom maklik
Surfing kom maklik vir hom.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
vergeet
Sy wil nie die verlede vergeet nie.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.
beheer uitoefen
Ek kan nie te veel geld spandeer nie; ek moet beheer uitoefen.
doorbrengen
Ze brengt al haar vrije tijd buiten door.
spandeer
Sy spandeer al haar vrye tyd buite.