Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/92207564.webp
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
ry
Hulle ry so vinnig as wat hulle kan.
cms/verbs-webp/859238.webp
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.
oefen
Sy oefen ’n ongewone beroep uit.
cms/verbs-webp/73488967.webp
onderzoeken
Bloedmonsters worden in dit lab onderzocht.
ondersoek
Bloed monsters word in hierdie laboratorium ondersoek.
cms/verbs-webp/111021565.webp
walgen van
Ze walgde van spinnen.
walg
Sy walg vir spinnekoppe.
cms/verbs-webp/118759500.webp
oogsten
We hebben veel wijn geoogst.
oes
Ons het baie wyn geoest.
cms/verbs-webp/68841225.webp
begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!
verstaan
Ek kan jou nie verstaan nie!
cms/verbs-webp/108118259.webp
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
vergeet
Sy het nou sy naam vergeet.
cms/verbs-webp/123237946.webp
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
gebeur
’n Ongeluk het hier gebeur.
cms/verbs-webp/70624964.webp
plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!
pret hê
Ons het baie pret by die kermis gehad!
cms/verbs-webp/105681554.webp
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
veroorsaak
Suiker veroorsaak baie siektes.
cms/verbs-webp/109588921.webp
uitzetten
Ze zet de wekker uit.
skakel af
Sy skakel die alarmklok af.
cms/verbs-webp/98977786.webp
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
noem
Hoeveel lande kan jy noem?