Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/15441410.webp
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
uitpraat
Sy wil by haar vriendin uitpraat.
cms/verbs-webp/81236678.webp
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
mis
Sy het ’n belangrike afspraak gemis.
cms/verbs-webp/111021565.webp
walgen van
Ze walgde van spinnen.
walg
Sy walg vir spinnekoppe.
cms/verbs-webp/108118259.webp
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
vergeet
Sy het nou sy naam vergeet.
cms/verbs-webp/62069581.webp
sturen
Ik stuur je een brief.
stuur
Ek stuur vir jou ’n brief.
cms/verbs-webp/95543026.webp
deelnemen
Hij neemt deel aan de race.
deelneem
Hy neem deel aan die wedren.