Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/90287300.webp
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
lui
Hoor jy die klok lui?
cms/verbs-webp/26758664.webp
sparen
Mijn kinderen hebben hun eigen geld gespaard.
spaar
My kinders het hulle eie geld gespaar.
cms/verbs-webp/35071619.webp
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
verbygaan
Die twee gaan by mekaar verby.
cms/verbs-webp/34567067.webp
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
soek na
Die polisie soek na die dader.
cms/verbs-webp/90539620.webp
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
verbygaan
Tyd gaan soms stadig verby.
cms/verbs-webp/5135607.webp
verhuizen
De buurman verhuist.
trek uit
Die buurman trek uit.
cms/verbs-webp/118253410.webp
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
spandeer
Sy het al haar geld gespandeer.
cms/verbs-webp/103232609.webp
tentoonstellen
Hier wordt moderne kunst tentoongesteld.
uitstal
Moderne kuns word hier uitgestal.
cms/verbs-webp/104818122.webp
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
herstel
Hy wou die kabel herstel.
cms/verbs-webp/67095816.webp
samenwonen
De twee zijn van plan om binnenkort samen te gaan wonen.
saam trek
Die twee beplan om binnekort saam te trek.
cms/verbs-webp/55788145.webp
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
bedek
Die kind bedek sy ore.
cms/verbs-webp/123380041.webp
overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?
gebeur aan
Het iets met hom in die werkongeluk gebeur?