Woordenlijst
Leer werkwoorden – Italiaans
dipingere
Ho dipinto un bel quadro per te!
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
fare un errore
Pensa bene per non fare un errore!
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
lasciare fermo
Oggi molti devono lasciare ferme le loro auto.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
seguire
Il mio cane mi segue quando faccio jogging.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
aiutare
Tutti aiutano a montare la tenda.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
invitare
Vi invitiamo alla nostra festa di Capodanno.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
cancellare
Il volo è cancellato.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
scappare
Il nostro gatto è scappato.
weglopen
Onze kat is weggelopen.
bruciare
La carne non deve bruciare sulla griglia.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
estrarre
Come farà a estrarre quel grosso pesce?
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
inviare
Sta inviando una lettera.
sturen
Hij stuurt een brief.