Woordenlijst
Leer werkwoorden – Ests
saama
Ta saab vanaduses head pensioni.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
sobivaks lõikama
Kangas lõigatakse sobivaks.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
kordama
Mu papagoi oskab mu nime korrata.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
välja hüppama
Kala hüppab veest välja.
uitspringen
De vis springt uit het water.
majutust leidma
Leidsime majutuse odavas hotellis.
onderdak vinden
We vonden onderdak in een goedkoop hotel.
lahkuda tahtma
Ta tahab hotellist lahkuda.
willen verlaten
Ze wil haar hotel verlaten.
karistama
Ta karistas oma tütart.
straffen
Ze strafte haar dochter.
kehtima
Viisa ei kehti enam.
geldig zijn
Het visum is niet meer geldig.
reisima
Meile meeldib Euroopas reisida.
reizen
We reizen graag door Europa.
rääkima
Ta rääkis mulle saladuse.
vertellen
Ze vertelde me een geheim.
abielluma
Paar on just abiellunud.
trouwen
Het stel is net getrouwd.