Woordenlijst

Leer werkwoorden – Ests

cms/verbs-webp/116932657.webp
saama
Ta saab vanaduses head pensioni.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
cms/verbs-webp/122479015.webp
sobivaks lõikama
Kangas lõigatakse sobivaks.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
cms/verbs-webp/1422019.webp
kordama
Mu papagoi oskab mu nime korrata.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
cms/verbs-webp/61245658.webp
välja hüppama
Kala hüppab veest välja.
uitspringen
De vis springt uit het water.
cms/verbs-webp/110401854.webp
majutust leidma
Leidsime majutuse odavas hotellis.
onderdak vinden
We vonden onderdak in een goedkoop hotel.
cms/verbs-webp/105504873.webp
lahkuda tahtma
Ta tahab hotellist lahkuda.
willen verlaten
Ze wil haar hotel verlaten.
cms/verbs-webp/89516822.webp
karistama
Ta karistas oma tütart.
straffen
Ze strafte haar dochter.
cms/verbs-webp/78342099.webp
kehtima
Viisa ei kehti enam.
geldig zijn
Het visum is niet meer geldig.
cms/verbs-webp/106279322.webp
reisima
Meile meeldib Euroopas reisida.
reizen
We reizen graag door Europa.
cms/verbs-webp/120368888.webp
rääkima
Ta rääkis mulle saladuse.
vertellen
Ze vertelde me een geheim.
cms/verbs-webp/120193381.webp
abielluma
Paar on just abiellunud.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
cms/verbs-webp/91254822.webp
korjama
Ta korjas õuna.
plukken
Ze plukte een appel.