Woordenlijst
Leer werkwoorden – Tsjechisch
tlačit
Auto se zastavilo a muselo být tlačeno.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
ustoupit
Mnoho starých domů musí ustoupit novým.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
omezit
Během diety musíte omezit příjem jídla.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
nechat nedotčený
Příroda byla nechána nedotčená.
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
zničit
Tornádo zničilo mnoho domů.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
pracovat na
Musí pracovat na všech těchto souborech.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
opustit
Mnoho Angličanů chtělo opustit EU.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
zdůraznit
Oči můžete zdůraznit make-upem.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
pokrýt
Lekníny pokrývají vodu.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
přistřihnout
Látka se přistřihává na míru.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
dostávat
Ve stáří dostává dobrou penzi.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.