Woordenlijst
Leer werkwoorden – Slovaaks
vytáčať
Zdvihla telefón a vytáčala číslo.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
vydávať
Vydavateľ vydáva tieto časopisy.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
hrať
Dieťa radšej hraje samo.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
vytrhnúť
Buriny treba vytrhnúť.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
závisieť
Je slepý a závisí na vonkajšej pomoci.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.
chrániť
Prilba by mala chrániť pred nehodami.
beschermen
Een helm moet tegen ongelukken beschermen.
diskutovať
Kolegovia diskutujú o probléme.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
pustiť pred seba
Nikto ho nechce pustiť pred seba v rade na pokladni v supermarkete.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
priblížiť sa
Slimáky sa k sebe približujú.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
prijať
Kreditné karty sú tu prijímané.
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
prehovoriť
Politik prehovorí pred mnohými študentmi.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.