Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (US)

cms/verbs-webp/120762638.webp
tell
I have something important to tell you.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
cms/verbs-webp/106279322.webp
travel
We like to travel through Europe.
reizen
We reizen graag door Europa.
cms/verbs-webp/116877927.webp
set up
My daughter wants to set up her apartment.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
cms/verbs-webp/87994643.webp
walk
The group walked across a bridge.
wandelen
De groep wandelde over een brug.
cms/verbs-webp/120452848.webp
know
She knows many books almost by heart.
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
cms/verbs-webp/98060831.webp
publish
The publisher puts out these magazines.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
cms/verbs-webp/132030267.webp
consume
She consumes a piece of cake.
consumeren
Ze consumeert een stukje taart.
cms/verbs-webp/120509602.webp
forgive
She can never forgive him for that!
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
cms/verbs-webp/78309507.webp
cut out
The shapes need to be cut out.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
cms/verbs-webp/101765009.webp
accompany
The dog accompanies them.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
cms/verbs-webp/120193381.webp
marry
The couple has just gotten married.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
cms/verbs-webp/90643537.webp
sing
The children sing a song.
zingen
De kinderen zingen een lied.