Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/105224098.webp
bekræfte
Hun kunne bekræfte den gode nyhed til sin mand.
bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.
cms/verbs-webp/121670222.webp
følge
Kyllingerne følger altid deres mor.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
cms/verbs-webp/54608740.webp
luge ud
Ukrudt skal luges ud.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
cms/verbs-webp/8482344.webp
kysse
Han kysser babyen.
kussen
Hij kust de baby.
cms/verbs-webp/119425480.webp
tænke
Man skal tænke meget i skak.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
cms/verbs-webp/35137215.webp
slå
Forældre bør ikke slå deres børn.
slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.
cms/verbs-webp/35862456.webp
begynde
Et nyt liv begynder med ægteskabet.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
cms/verbs-webp/115224969.webp
tilgive
Jeg tilgiver ham hans gæld.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
cms/verbs-webp/100298227.webp
kramme
Han krammer sin gamle far.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
cms/verbs-webp/119952533.webp
smage
Dette smager virkelig godt!
smaken
Dit smaakt echt goed!
cms/verbs-webp/104167534.webp
eje
Jeg ejer en rød sportsvogn.
bezitten
Ik bezit een rode sportwagen.
cms/verbs-webp/99602458.webp
begrænse
Bør handel begrænses?
beperken
Moet handel worden beperkt?