Woordenlijst
Leer werkwoorden – Sloveens
vstopiti
Ladja vstopa v pristanišče.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
povzročiti
Sladkor povzroča mnoge bolezni.
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
zabavati se
Na sejmišču smo se zelo zabavali!
plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!
odpeljati nazaj
Mama odpelje hčerko nazaj domov.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
videti
Skozi moja nova očala lahko vse jasno vidim.
duidelijk zien
Ik kan alles duidelijk zien door mijn nieuwe bril.
ljubiti
Zelo ljubi svojo mačko.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
omeniti
Šef je omenil, da ga bo odpustil.
vermelden
De baas vermeldde dat hij hem zal ontslaan.
poslušati
Otroci radi poslušajo njene zgodbe.
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.
odpreti
Sejf je mogoče odpreti s skrivno kodo.
openen
De kluis kan worden geopend met de geheime code.
posloviti se
Ženska se poslavlja.
afscheid nemen
De vrouw neemt afscheid.
čistiti
Delavec čisti okno.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.