Woordenlijst

Leer werkwoorden – Zweeds

cms/verbs-webp/112408678.webp
bjuda in
Vi bjuder in dig till vår nyårsfest.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
cms/verbs-webp/117953809.webp
tåla
Hon kan inte tåla sången.
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
cms/verbs-webp/109542274.webp
släppa igenom
Borde flyktingar släppas igenom vid gränserna?
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
cms/verbs-webp/4553290.webp
gå in
Skeppet går in i hamnen.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
cms/verbs-webp/117284953.webp
välja ut
Hon väljer ut ett nytt par solglasögon.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.
cms/verbs-webp/32312845.webp
utesluta
Gruppen utesluter honom.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
cms/verbs-webp/108350963.webp
berika
Kryddor berikar vår mat.
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
cms/verbs-webp/23258706.webp
dra upp
Helikoptern drar upp de två männen.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.
cms/verbs-webp/81885081.webp
tända
Han tände en tändsticka.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
cms/verbs-webp/99392849.webp
ta bort
Hur kan man ta bort en rödvinfläck?
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
cms/verbs-webp/92207564.webp
åka
De åker så snabbt de kan.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
cms/verbs-webp/119520659.webp
ta upp
Hur många gånger måste jag ta upp det här argumentet?
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?