Woordenlijst
Pools – Bijwoordenoefening
samen
We leren samen in een kleine groep.
buiten
We eten vandaag buiten.
uit
Ze komt uit het water.
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
half
Het glas is half leeg.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.