Woordenlijst
Bengaals – Werkwoorden oefenen
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
geven
De vader wil zijn zoon wat extra geld geven.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
raden
Je moet raden wie ik ben!
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.