Woordenlijst
Bengaals – Werkwoorden oefenen
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.
schilderen
Hij schildert de muur wit.
kussen
Hij kust de baby.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.