Woordenlijst
Bengaals – Werkwoorden oefenen
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
smaken
Dit smaakt echt goed!