Woordenlijst
Leer werkwoorden – Afrikaans
soek na
Die polisie soek na die dader.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
ontmoet
Hulle het mekaar die eerste keer op die internet ontmoet.
ontmoeten
Ze ontmoetten elkaar voor het eerst op het internet.
onderskryf
Ons onderskryf jou idee graag.
onderschrijven
We onderschrijven graag uw idee.
herhaal
Kan jy dit asseblief herhaal?
herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?
opsoek
Wat jy nie weet nie, moet jy opsoek.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
gee
Die vader wil vir sy seun ’n bietjie ekstra geld gee.
geven
De vader wil zijn zoon wat extra geld geven.
druk
Die motor het gestop en moes gedruk word.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
verantwoordelik wees
Die dokter is verantwoordelik vir die terapie.
verantwoordelijk zijn voor
De arts is verantwoordelijk voor de therapie.
sluit
Sy sluit die gordyne.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
stuur
Ek stuur vir jou ’n brief.
sturen
Ik stuur je een brief.
dink
Wie dink jy is sterker?
denken
Wie denk je dat sterker is?