Woordenlijst

Leer bijwoorden – Noors

cms/adverbs-webp/57457259.webp
ut
Det syke barnet får ikke gå ut.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
cms/adverbs-webp/71970202.webp
ganske
Hun er ganske slank.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
cms/adverbs-webp/135007403.webp
inn
Går han inn eller ut?
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
cms/adverbs-webp/23025866.webp
hele dagen
Moren må jobbe hele dagen.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
cms/adverbs-webp/178519196.webp
om morgenen
Jeg må stå opp tidlig om morgenen.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
cms/adverbs-webp/46438183.webp
før
Hun var fetere før enn nå.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
cms/adverbs-webp/77321370.webp
for eksempel
Hvordan liker du denne fargen, for eksempel?
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
cms/adverbs-webp/170728690.webp
alene
Jeg nyter kvelden helt alene.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
cms/adverbs-webp/132510111.webp
om natten
Månen skinner om natten.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
cms/adverbs-webp/12727545.webp
nede
Han ligger nede på gulvet.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
cms/adverbs-webp/96549817.webp
bort
Han bærer byttet bort.
weg
Hij draagt de prooi weg.
cms/adverbs-webp/22328185.webp
litt
Jeg vil ha litt mer.
een beetje
Ik wil een beetje meer.