Woordenlijst

Leer bijwoorden – Noors

cms/adverbs-webp/118228277.webp
ut
Han vil gjerne komme ut av fengselet.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
cms/adverbs-webp/133226973.webp
nettopp
Hun våknet nettopp.
net
Ze is net wakker geworden.
cms/adverbs-webp/54073755.webp
på det
Han klatrer opp på taket og sitter på det.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
cms/adverbs-webp/12727545.webp
nede
Han ligger nede på gulvet.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
cms/adverbs-webp/145489181.webp
kanskje
Hun vil kanskje bo i et annet land.
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.
cms/adverbs-webp/78163589.webp
nesten
Jeg traff nesten!
bijna
Ik raakte bijna!
cms/adverbs-webp/121005127.webp
om morgenen
Jeg har mye stress på jobben om morgenen.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
cms/adverbs-webp/57758983.webp
halv
Glasset er halvt tomt.
half
Het glas is half leeg.
cms/adverbs-webp/176340276.webp
nesten
Det er nesten midnatt.
bijna
Het is bijna middernacht.
cms/adverbs-webp/176235848.webp
inn
De to kommer inn.
in
De twee komen binnen.
cms/adverbs-webp/138692385.webp
et sted
En kanin har gjemt seg et sted.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
cms/adverbs-webp/128130222.webp
sammen
Vi lærer sammen i en liten gruppe.
samen
We leren samen in een kleine groep.