Ordforråd
Lær adverb – nederlandsk
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
igjen
Han skriver alt igjen.
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?
noen gang
Har du noen gang mistet alle pengene dine i aksjer?
in
De twee komen binnen.
inn
De to kommer inn.
daar
Het doel is daar.
der
Målet er der.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
nok
Hun vil sove og har fått nok av støyen.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
litt
Jeg vil ha litt mer.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
lenge
Jeg måtte vente lenge i venterommet.
bijna
De tank is bijna leeg.
nesten
Tanken er nesten tom.
uit
Ze komt uit het water.
ut
Hun kommer ut av vannet.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
ut
Han vil gjerne komme ut av fengselet.
te veel
Het werk wordt me te veel.
for mye
Arbeidet blir for mye for meg.