Woordeskat
Leer Werkwoorde – Nederlands
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
’n sertifikaat van siekte kry
Hy moet ’n sertifikaat van siekte by die dokter kry.
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
waarborg
Versekering waarborg beskerming in geval van ongelukke.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
sorteer
Ek het nog baie papier om te sorteer.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
nooi
Ons nooi jou na ons Oud en Nuwe partytjie.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
bestaan
Dinosaurussen bestaan nie meer vandag nie.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
terugkeer
Die boemerang het teruggekeer.
tegenover liggen
Daar is het kasteel - het ligt er recht tegenover!
lê oorkant
Daar is die kasteel - dit lê reg oorkant!
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
voel
Sy voel die baba in haar maag.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
weet
Die kinders is baie nuuskierig en weet reeds baie.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.
uitsoek
Sy soek ’n nuwe sonbril uit.
misgaan
Alles gaat vandaag mis!
verkeerd gaan
Alles gaan vandag verkeerd!