Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/127720613.webp
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
mis
Hy mis sy vriendin baie.
cms/verbs-webp/107299405.webp
vragen
Hij vraagt haar om vergeving.
vra
Hy vra haar om vergifnis.
cms/verbs-webp/102327719.webp
slapen
De baby slaapt.
slaap
Die baba slaap.
cms/verbs-webp/102136622.webp
trekken
Hij trekt de slee.
trek
Hy trek die slede.
cms/verbs-webp/74908730.webp
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
veroorsaak
Te veel mense veroorsaak vinnig chaos.
cms/verbs-webp/51465029.webp
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
loop stadig
Die horlosie loop ’n paar minute agter.
cms/verbs-webp/46385710.webp
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
aanvaar
Kredietkaarte word hier aanvaar.
cms/verbs-webp/85191995.webp
overweg kunnen
Stop met ruziën en kunnen jullie eindelijk met elkaar overweg!
oor die weg kom
Beëindig jou stryd en kom eindelik oor die weg!
cms/verbs-webp/111892658.webp
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
lewer
Hy lewer pizzas by huise af.
cms/verbs-webp/111160283.webp
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
verbeel
Sy verbeel elke dag iets nuuts.
cms/verbs-webp/120509602.webp
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
vergewe
Sy kan hom nooit daarvoor vergewe nie!
cms/verbs-webp/107852800.webp
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
kyk
Sy kyk deur ’n verkyker.