Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/127554899.webp
verkiezen
Onze dochter leest geen boeken; ze verkiest haar telefoon.
verkies
Ons dogter lees nie boeke nie; sy verkies haar foon.
cms/verbs-webp/116610655.webp
bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?
bou
Wanneer is die Groot Muur van China gebou?
cms/verbs-webp/86215362.webp
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
stuur
Hierdie maatskappy stuur goedere regoor die wêreld.
cms/verbs-webp/90821181.webp
verslaan
Hij versloeg zijn tegenstander in tennis.
klop
Hy het sy teenstander in tennis geklop.
cms/verbs-webp/89084239.webp
verminderen
Ik moet absoluut mijn stookkosten verminderen.
verminder
Ek moet beslis my verwarmingskoste verminder.
cms/verbs-webp/100565199.webp
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
ontbyt eet
Ons verkies om in die bed te ontbyt.
cms/verbs-webp/1422019.webp
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
herhaal
My papegaai kan my naam herhaal.
cms/verbs-webp/71991676.webp
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
agterlaat
Hulle het per ongeluk hul kind by die stasie agtergelaat.
cms/verbs-webp/106787202.webp
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
kom tuis
Pa het uiteindelik tuisgekom!
cms/verbs-webp/90773403.webp
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
volg
My hond volg my as ek hardloop.
cms/verbs-webp/91906251.webp
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.
roep
Die seun roep so hard soos hy kan.
cms/verbs-webp/117890903.webp
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
antwoord
Sy antwoord altyd eerste.