Woordenlijst
Leer werkwoorden – Frans
ouvrir
L’enfant ouvre son cadeau.
openen
Het kind opent zijn cadeau.
enlever
Comment peut-on enlever une tache de vin rouge?
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
pardonner
Elle ne pourra jamais lui pardonner cela!
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
fermer
Elle ferme les rideaux.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
espérer
Beaucoup espèrent un avenir meilleur en Europe.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
porter
Ils portent leurs enfants sur leurs dos.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
accepter
Je ne peux pas changer cela, je dois l’accepter.
accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.
conduire
Les cow-boys conduisent le bétail avec des chevaux.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
offrir
Elle a offert d’arroser les fleurs.
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
garer
Les voitures sont garées dans le parking souterrain.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
punir
Elle a puni sa fille.
straffen
Ze strafte haar dochter.