Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (UK)

cms/verbs-webp/100634207.webp
explain
She explains to him how the device works.
uitleggen
Ze legt hem uit hoe het apparaat werkt.
cms/verbs-webp/1422019.webp
repeat
My parrot can repeat my name.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
cms/verbs-webp/83548990.webp
return
The boomerang returned.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
cms/verbs-webp/101158501.webp
thank
He thanked her with flowers.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
cms/verbs-webp/42212679.webp
work for
He worked hard for his good grades.
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
cms/verbs-webp/88597759.webp
press
He presses the button.
drukken
Hij drukt op de knop.
cms/verbs-webp/4553290.webp
enter
The ship is entering the harbor.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
cms/verbs-webp/82669892.webp
go
Where are you both going?
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
cms/verbs-webp/84850955.webp
change
A lot has changed due to climate change.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
cms/verbs-webp/57481685.webp
repeat a year
The student has repeated a year.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
cms/verbs-webp/99592722.webp
form
We form a good team together.
vormen
We vormen samen een goed team.
cms/verbs-webp/115628089.webp
prepare
She is preparing a cake.
bereiden
Ze bereidt een taart.