Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
explain
She explains to him how the device works.
uitleggen
Ze legt hem uit hoe het apparaat werkt.
repeat
My parrot can repeat my name.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
return
The boomerang returned.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
thank
He thanked her with flowers.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
work for
He worked hard for his good grades.
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
press
He presses the button.
drukken
Hij drukt op de knop.
enter
The ship is entering the harbor.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
go
Where are you both going?
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
change
A lot has changed due to climate change.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
repeat a year
The student has repeated a year.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
form
We form a good team together.
vormen
We vormen samen een goed team.