Woordenlijst
Albanees – Werkwoorden oefenen
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
beslissen
Ze kan niet beslissen welke schoenen ze moet dragen.
schilderen
Ze heeft haar handen geschilderd.
zich bevinden
Er bevindt zich een parel in de schelp.
misgaan
Alles gaat vandaag mis!
genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
verdenken
Hij verdenkt dat het zijn vriendin is.