Woordenlijst
Vietnamees – Werkwoorden oefenen
tellen
Ze telt de munten.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
meenemen
We hebben een kerstboom meegenomen.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
vrezen
We vrezen dat de persoon ernstig gewond is.