Woordenlijst
Bulgaars – Werkwoorden oefenen
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
wegrijden
Ze rijdt weg in haar auto.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
proeven
De chef-kok proeft de soep.