Woordenlijst
Bulgaars – Werkwoorden oefenen
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
stoppen
De agente stopt de auto.
weglopen
Onze kat is weggelopen.
gooien naar
Ze gooien de bal naar elkaar.
melden
Ze meldt het schandaal aan haar vriendin.
kussen
Hij kust de baby.
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
schilderen
Hij schildert de muur wit.