Woordenlijst
Bulgaars – Werkwoorden oefenen
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
vormen
We vormen samen een goed team.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
beperken
Moet handel worden beperkt?
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
meenemen
We hebben een kerstboom meegenomen.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
samenwonen
De twee zijn van plan om binnenkort samen te gaan wonen.