Woordenlijst
Bulgaars – Werkwoorden oefenen
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
openen
Het kind opent zijn cadeau.
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.