Wortschatz

Adverbien lernen – Niederländisch

cms/adverbs-webp/128130222.webp
samen
We leren samen in een kleine groep.
miteinander
Wir lernen miteinander in einer kleinen Gruppe.
cms/adverbs-webp/78163589.webp
bijna
Ik raakte bijna!
beinahe
Ich hätte beinahe getroffen!
cms/adverbs-webp/178653470.webp
buiten
We eten vandaag buiten.
außerhalb
Wir essen heute außerhalb im Freien.
cms/adverbs-webp/73459295.webp
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
auch
Der Hund darf auch am Tisch sitzen.
cms/adverbs-webp/57457259.webp
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
hinaus
Das kranke Kind darf nicht hinaus.
cms/adverbs-webp/102260216.webp
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
morgen
Niemand weiß, was morgen sein wird.
cms/adverbs-webp/80929954.webp
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
mehr
Große Kinder bekommen mehr Taschengeld.
cms/adverbs-webp/75164594.webp
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
oft
Tornados sieht man nicht oft.
cms/adverbs-webp/121564016.webp
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
lange
Ich musste lange im Wartezimmer warten.
cms/adverbs-webp/96549817.webp
weg
Hij draagt de prooi weg.
fort
Er trägt die Beute fort.
cms/adverbs-webp/176340276.webp
bijna
Het is bijna middernacht.
fast
Es ist fast Mitternacht.
cms/adverbs-webp/138692385.webp
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
irgendwo
Ein Hase hat sich irgendwo versteckt.