Wortschatz
Adverbien lernen – Niederländisch
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
beispielsweise
Wie gefällt Ihnen beispielsweise diese Farbe?
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?
jemals
Hast du jemals alles Geld mit Aktien verloren?
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
oft
Tornados sieht man nicht oft.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
jederzeit
Sie können uns jederzeit anrufen.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
genug
Sie will schlafen und hat genug von dem Lärm.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
dorthin
Gehen Sie dorthin, dann fragen Sie wieder.
bijna
Ik raakte bijna!
beinahe
Ich hätte beinahe getroffen!
maar
Het huis is klein maar romantisch.
aber
Das Haus ist klein aber romantisch.
altijd
Hier was altijd een meer.
immer
Hier war immer ein See.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
mehr
Große Kinder bekommen mehr Taschengeld.
uit
Ze komt uit het water.
heraus
Sie kommt aus dem Wasser heraus.