Wortschatz

Adverbien lernen – Niederländisch

cms/adverbs-webp/7659833.webp
gratis
Zonne-energie is gratis.
gratis
Sonnenenergie ist gratis.
cms/adverbs-webp/102260216.webp
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
morgen
Niemand weiß, was morgen sein wird.
cms/adverbs-webp/172832880.webp
erg
Het kind is erg hongerig.
sehr
Das Kind ist sehr hungrig.
cms/adverbs-webp/135100113.webp
altijd
Hier was altijd een meer.
immer
Hier war immer ein See.
cms/adverbs-webp/73459295.webp
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
auch
Der Hund darf auch am Tisch sitzen.
cms/adverbs-webp/29115148.webp
maar
Het huis is klein maar romantisch.
aber
Das Haus ist klein aber romantisch.
cms/adverbs-webp/23708234.webp
correct
Het woord is niet correct gespeld.
richtig
Das Wort ist nicht richtig geschrieben.
cms/adverbs-webp/75164594.webp
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
oft
Tornados sieht man nicht oft.
cms/adverbs-webp/128130222.webp
samen
We leren samen in een kleine groep.
miteinander
Wir lernen miteinander in einer kleinen Gruppe.
cms/adverbs-webp/142768107.webp
nooit
Men moet nooit opgeven.
niemals
Man darf niemals aufgeben.
cms/adverbs-webp/12727545.webp
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
unten
Er liegt unten auf dem Boden.
cms/adverbs-webp/174985671.webp
bijna
De tank is bijna leeg.
nahezu
Der Tank ist nahezu leer.