Wortschatz
Adverbien lernen – Niederländisch
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
nirgendwohin
Diese Schienen führen nirgendwohin.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
oft
Tornados sieht man nicht oft.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
lange
Ich musste lange im Wartezimmer warten.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
auch
Der Hund darf auch am Tisch sitzen.
bijna
Ik raakte bijna!
beinahe
Ich hätte beinahe getroffen!
net
Ze is net wakker geworden.
eben
Sie ist eben wach geworden.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
ganztags
Die Mutter muss ganztags arbeiten.
altijd
Hier was altijd een meer.
immer
Hier war immer ein See.
bijna
De tank is bijna leeg.
nahezu
Der Tank ist nahezu leer.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
zumindest
Der Friseur hat zumindest nicht viel gekostet.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
richtig
Das Wort ist nicht richtig geschrieben.