Wortschatz

Adverbien lernen – Niederländisch

cms/adverbs-webp/166071340.webp
uit
Ze komt uit het water.
heraus
Sie kommt aus dem Wasser heraus.
cms/adverbs-webp/170728690.webp
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
allein
Ich genieße den Abend ganz allein.
cms/adverbs-webp/29115148.webp
maar
Het huis is klein maar romantisch.
aber
Das Haus ist klein aber romantisch.
cms/adverbs-webp/38720387.webp
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
hinab
Sie springt hinab ins Wasser.
cms/adverbs-webp/135100113.webp
altijd
Hier was altijd een meer.
immer
Hier war immer ein See.
cms/adverbs-webp/77731267.webp
veel
Ik lees inderdaad veel.
viel
Ich lese wirklich viel.
cms/adverbs-webp/134906261.webp
al
Het huis is al verkocht.
schon
Das Haus ist schon verkauft.
cms/adverbs-webp/176427272.webp
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
herab
Er stürzt von oben herab.
cms/adverbs-webp/78163589.webp
bijna
Ik raakte bijna!
beinahe
Ich hätte beinahe getroffen!
cms/adverbs-webp/57457259.webp
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
hinaus
Das kranke Kind darf nicht hinaus.
cms/adverbs-webp/22328185.webp
een beetje
Ik wil een beetje meer.
bisschen
Ich will ein bisschen mehr.
cms/adverbs-webp/71109632.webp
echt
Kan ik dat echt geloven?
wirklich
Kann ich das wirklich glauben?