Ordliste

Lær adverbier – Nederlandsk

cms/adverbs-webp/145004279.webp
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
ingen steder
Disse spor fører ingen steder hen.
cms/adverbs-webp/170728690.webp
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
alene
Jeg nyder aftenen helt alene.
cms/adverbs-webp/164633476.webp
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
igen
De mødtes igen.
cms/adverbs-webp/78163589.webp
bijna
Ik raakte bijna!
næsten
Jeg ramte næsten!
cms/adverbs-webp/154535502.webp
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
snart
En kommerciel bygning vil snart blive åbnet her.
cms/adverbs-webp/135100113.webp
altijd
Hier was altijd een meer.
altid
Der var altid en sø her.
cms/adverbs-webp/178600973.webp
iets
Ik zie iets interessants!
noget
Jeg ser noget interessant!
cms/adverbs-webp/73459295.webp
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
også
Hunden må også sidde ved bordet.
cms/adverbs-webp/38216306.webp
ook
Haar vriendin is ook dronken.
også
Hendes kæreste er også fuld.
cms/adverbs-webp/7769745.webp
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
igen
Han skriver alt igen.
cms/adverbs-webp/96228114.webp
nu
Moet ik hem nu bellen?
nu
Skal jeg ringe til ham nu?
cms/adverbs-webp/118228277.webp
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
ud
Han vil gerne komme ud af fængslet.