Ordliste
Lær adverbier – Nederlandsk
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
snart
En kommerciel bygning vil snart blive åbnet her.
niet
Ik hou niet van de cactus.
ikke
Jeg kan ikke lide kaktussen.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
lidt
Jeg vil gerne have lidt mere.
in
De twee komen binnen.
ind
De to kommer ind.
altijd
Hier was altijd een meer.
altid
Der var altid en sø her.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
om natten
Månen skinner om natten.
net
Ze is net wakker geworden.
lige
Hun vågnede lige.
gratis
Zonne-energie is gratis.
gratis
Solenergi er gratis.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
om morgenen
Jeg har meget stress på arbejde om morgenen.
echt
Kan ik dat echt geloven?
virkelig
Kan jeg virkelig tro på det?
iets
Ik zie iets interessants!
noget
Jeg ser noget interessant!