Ordliste
Lær adverbier – Nederlandsk
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
ingen steder
Disse spor fører ingen steder hen.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
alene
Jeg nyder aftenen helt alene.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
igen
De mødtes igen.
bijna
Ik raakte bijna!
næsten
Jeg ramte næsten!
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
snart
En kommerciel bygning vil snart blive åbnet her.
altijd
Hier was altijd een meer.
altid
Der var altid en sø her.
iets
Ik zie iets interessants!
noget
Jeg ser noget interessant!
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
også
Hunden må også sidde ved bordet.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
også
Hendes kæreste er også fuld.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
igen
Han skriver alt igen.
nu
Moet ik hem nu bellen?
nu
Skal jeg ringe til ham nu?