Slovník

Naučte se příslovce – holandština

cms/adverbs-webp/162590515.webp
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
dost
Chce spát a má dost toho hluku.
cms/adverbs-webp/176235848.webp
in
De twee komen binnen.
dovnitř
Ti dva jdou dovnitř.
cms/adverbs-webp/22328185.webp
een beetje
Ik wil een beetje meer.
trochu
Chci trochu více.
cms/adverbs-webp/12727545.webp
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
dolů
Leží dole na podlaze.
cms/adverbs-webp/128130222.webp
samen
We leren samen in een kleine groep.
společně
Učíme se společně v malé skupině.
cms/adverbs-webp/174985671.webp
bijna
De tank is bijna leeg.
téměř
Nádrž je téměř prázdná.
cms/adverbs-webp/29115148.webp
maar
Het huis is klein maar romantisch.
ale
Dům je malý, ale romantický.
cms/adverbs-webp/102260216.webp
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
zítra
Nikdo neví, co bude zítra.
cms/adverbs-webp/57758983.webp
half
Het glas is half leeg.
napůl
Sklenice je napůl prázdná.
cms/adverbs-webp/176427272.webp
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
dolů
Spadne dolů z výšky.
cms/adverbs-webp/135007403.webp
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
v
Jde dovnitř nebo ven?
cms/adverbs-webp/96549817.webp
weg
Hij draagt de prooi weg.
pryč
Odnesl si kořist pryč.