Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/108218979.webp
måtte
Han må gå av her.
moeten
Hij moet hier uitstappen.
cms/verbs-webp/5161747.webp
fjerne
Gravemaskinen fjerner jorden.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
cms/verbs-webp/6307854.webp
komme til deg
Lykken kommer til deg.
naar je toekomen
Het geluk komt naar je toe.
cms/verbs-webp/91643527.webp
sitte fast
Jeg sitter fast og finner ikke en vei ut.
vastzitten
Ik zit vast en kan geen uitweg vinden.
cms/verbs-webp/4553290.webp
gå inn
Skipet går inn i havnen.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
cms/verbs-webp/23468401.webp
bli forlovet
De har hemmelig blitt forlovet!
verloven
Ze hebben stiekem verloofd!
cms/verbs-webp/102114991.webp
klippe
Frisøren klipper håret hennes.
knippen
De kapper knipt haar haar.
cms/verbs-webp/112408678.webp
invitere
Vi inviterer deg til vår nyttårsaftenfest.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
cms/verbs-webp/107996282.webp
referere
Læreren refererer til eksempelet på tavlen.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
cms/verbs-webp/97784592.webp
være oppmerksom
Man må være oppmerksom på veiskiltene.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
cms/verbs-webp/66441956.webp
skrive ned
Du må skrive ned passordet!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
cms/verbs-webp/118232218.webp
beskytte
Barn må beskyttes.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.