Woordenlijst
Leer werkwoorden – Noors
måtte
Han må gå av her.
moeten
Hij moet hier uitstappen.
fjerne
Gravemaskinen fjerner jorden.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
komme til deg
Lykken kommer til deg.
naar je toekomen
Het geluk komt naar je toe.
sitte fast
Jeg sitter fast og finner ikke en vei ut.
vastzitten
Ik zit vast en kan geen uitweg vinden.
gå inn
Skipet går inn i havnen.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
bli forlovet
De har hemmelig blitt forlovet!
verloven
Ze hebben stiekem verloofd!
klippe
Frisøren klipper håret hennes.
knippen
De kapper knipt haar haar.
invitere
Vi inviterer deg til vår nyttårsaftenfest.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
referere
Læreren refererer til eksempelet på tavlen.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
være oppmerksom
Man må være oppmerksom på veiskiltene.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
skrive ned
Du må skrive ned passordet!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!