Woordenlijst
Leer werkwoorden – Hausa
duba
Mai gyara mota yana duba ayyukan motar.
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
goge
Ta goge daki.
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
raba
Ya raba hannunsa da zurfi.
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
kalla
A lokacin da nake hutu, na kalle wurare da yawa.
bekijken
Op vakantie heb ik veel bezienswaardigheden bekeken.
kwatanta
Sun kwatanta cifaransu.
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
ɗauka
Aka ɗauki hankali kan alamar hanyoyi.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
ƙi
Ta ƙi aiki nta.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.
fita da magana
Wanda ya sani ya iya fitowa da magana a cikin darasi.
opmerken
Wie iets weet, mag in de klas opmerken.
ci abinci
Mu ke son mu ci abinci cikin gadonmu.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
samu hanyar
Ban iya samun hanyar na baya ba.
de weg terugvinden
Ik kan de weg terug niet vinden.
kuskura
Duk abin yau ya kuskura!
misgaan
Alles gaat vandaag mis!