Woordenlijst

Leer werkwoorden – Hausa

cms/verbs-webp/120978676.webp
wuta
Wutar zata wuta ƙasar ban da daji.
afbranden
Het vuur zal een groot deel van het bos afbranden.
cms/verbs-webp/88597759.webp
ɗanna
Yana ɗanna bututuka.
drukken
Hij drukt op de knop.
cms/verbs-webp/60395424.webp
tsalle
Yaron ya tsalle da farin ciki.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
cms/verbs-webp/121112097.webp
zane
Na zane hoto mai kyau maki!
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
cms/verbs-webp/4553290.webp
shiga
Jirgin ruwa yana shigowa cikin marina.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
cms/verbs-webp/101890902.webp
haɗa
Mu ke haɗa zuma muna kansu.
produceren
We produceren onze eigen honing.
cms/verbs-webp/28581084.webp
rataya
Ayitsi suna rataya daga sabon rijiya.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
cms/verbs-webp/40129244.webp
fita
Ta fita daga motar.
uitgaan
Ze stapt uit de auto.
cms/verbs-webp/55128549.webp
zuba
Ya zuba kwal da cikin kwangila.
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
cms/verbs-webp/63935931.webp
juya
Ta juya naman.
draaien
Ze draait het vlees.
cms/verbs-webp/67880049.webp
bar
Ba za ka iya barin murfin!
loslaten
Je mag de grip niet loslaten!
cms/verbs-webp/120801514.webp
manta
Zan manta da kai sosai!
missen
Ik zal je zo erg missen!