Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
underline
He underlined his statement.
onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.
use
We use gas masks in the fire.
gebruiken
We gebruiken gasmaskers in het vuur.
remove
The craftsman removed the old tiles.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
snow
It snowed a lot today.
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
kill
Be careful, you can kill someone with that axe!
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
travel
We like to travel through Europe.
reizen
We reizen graag door Europa.
serve
The chef is serving us himself today.
bedienen
De chef bedient ons vandaag zelf.
comment
He comments on politics every day.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
rustle
The leaves rustle under my feet.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
improve
She wants to improve her figure.
verbeteren
Ze wil haar figuur verbeteren.
explore
Humans want to explore Mars.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.