Woordenlijst

Leer werkwoorden – Slovaaks

cms/verbs-webp/129235808.webp
počúvať
Rád počúva bruško svojej tehotnej manželky.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
cms/verbs-webp/114379513.webp
pokryť
Lekná pokrývajú vodu.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
cms/verbs-webp/114231240.webp
klamať
Často klame, keď chce niečo predávať.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
cms/verbs-webp/91147324.webp
odmeniť
Bol odmenený medailou.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
cms/verbs-webp/99602458.webp
obmedziť
Mali by sa obmedziť obchody?
beperken
Moet handel worden beperkt?
cms/verbs-webp/109766229.webp
cítiť
Často sa cíti osamelý.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
cms/verbs-webp/119913596.webp
dať
Otec chce dať synovi nejaké extra peniaze.
geven
De vader wil zijn zoon wat extra geld geven.
cms/verbs-webp/84476170.webp
žiadať
On žiadal odškodnenie od človeka, s ktorým mal nehodu.
eisen
Hij eiste compensatie van de persoon waarmee hij een ongeluk had.
cms/verbs-webp/111615154.webp
odviezť
Mama odviezla dcéru domov.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.