Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/103163608.webp
tælle
Hun tæller mønterne.
tellen
Ze telt de munten.
cms/verbs-webp/77572541.webp
fjerne
Håndværkeren fjernede de gamle fliser.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
cms/verbs-webp/120282615.webp
investere
Hvad skal vi investere vores penge i?
investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?
cms/verbs-webp/102853224.webp
samle
Sprogkurset samler studerende fra hele verden.
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.
cms/verbs-webp/91254822.webp
plukke
Hun plukkede et æble.
plukken
Ze plukte een appel.
cms/verbs-webp/115153768.webp
se klart
Jeg kan se alt klart gennem mine nye briller.
duidelijk zien
Ik kan alles duidelijk zien door mijn nieuwe bril.
cms/verbs-webp/79582356.webp
afkode
Han afkoder det med småt med et forstørrelsesglas.
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.
cms/verbs-webp/106515783.webp
ødelægge
Tornadoen ødelægger mange huse.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
cms/verbs-webp/63868016.webp
bringe tilbage
Hunden bringer legetøjet tilbage.
terugbrengen
De hond brengt het speelgoed terug.
cms/verbs-webp/91442777.webp
træde på
Jeg kan ikke træde på jorden med denne fod.
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
cms/verbs-webp/93947253.webp
Mange mennesker dør i film.
sterven
Veel mensen sterven in films.
cms/verbs-webp/58292283.webp
kræve
Han kræver kompensation.
eisen
Hij eist compensatie.