Woordenlijst

Leer bijwoorden – Ests

cms/adverbs-webp/96549817.webp
ära
Ta kannab saaki ära.
weg
Hij draagt de prooi weg.
cms/adverbs-webp/96228114.webp
praegu
Kas peaksin teda praegu helistama?
nu
Moet ik hem nu bellen?
cms/adverbs-webp/155080149.webp
miks
Lapsed tahavad teada, miks kõik nii on.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
cms/adverbs-webp/78163589.webp
peaaegu
Ma peaaegu tabasin!
bijna
Ik raakte bijna!
cms/adverbs-webp/176340276.webp
peaaegu
On peaaegu kesköö.
bijna
Het is bijna middernacht.
cms/adverbs-webp/96364122.webp
esiteks
Ohutus tuleb esiteks.
eerst
Veiligheid komt eerst.
cms/adverbs-webp/121564016.webp
kaua
Ma pidin ooteruumis kaua ootama.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
cms/adverbs-webp/76773039.webp
liiga palju
Tööd on minu jaoks liiga palju.
te veel
Het werk wordt me te veel.
cms/adverbs-webp/178180190.webp
sinna
Mine sinna, siis küsi uuesti.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
cms/adverbs-webp/141168910.webp
seal
Eesmärk on seal.
daar
Het doel is daar.
cms/adverbs-webp/170728690.webp
üksi
Naudin õhtut täiesti üksi.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
cms/adverbs-webp/75164594.webp
tihti
Tornaadosid ei nähta tihti.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.