Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/111063120.webp
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.
leer ken
Vreemde honde wil mekaar leer ken.
cms/verbs-webp/79046155.webp
herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?
herhaal
Kan jy dit asseblief herhaal?
cms/verbs-webp/102167684.webp
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
vergelyk
Hulle vergelyk hul syfers.
cms/verbs-webp/118549726.webp
controleren
De tandarts controleert de tanden.
kontroleer
Die tandarts kontroleer die tande.
cms/verbs-webp/60395424.webp
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
spring rond
Die kind spring gelukkig rond.
cms/verbs-webp/35862456.webp
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
begin
’n Nuwe lewe begin met huwelik.
cms/verbs-webp/91147324.webp
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
beloon
Hy is met ’n medalje beloon.
cms/verbs-webp/117421852.webp
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
vriende word
Die twee het vriende geword.
cms/verbs-webp/68561700.webp
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
ooplaat
Wie die vensters ooplaat, nooi inbrekers uit!
cms/verbs-webp/101556029.webp
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
weier
Die kind weier sy kos.
cms/verbs-webp/97119641.webp
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
verf
Die motor word blou geverf.
cms/verbs-webp/68761504.webp
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.
kontroleer
Die tandarts kontroleer die pasiënt se tande.