Woordeskat
Leer Werkwoorde – Nederlands
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.
leer ken
Vreemde honde wil mekaar leer ken.
herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?
herhaal
Kan jy dit asseblief herhaal?
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
vergelyk
Hulle vergelyk hul syfers.
controleren
De tandarts controleert de tanden.
kontroleer
Die tandarts kontroleer die tande.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
spring rond
Die kind spring gelukkig rond.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
begin
’n Nuwe lewe begin met huwelik.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
beloon
Hy is met ’n medalje beloon.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
vriende word
Die twee het vriende geword.
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
ooplaat
Wie die vensters ooplaat, nooi inbrekers uit!
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
weier
Die kind weier sy kos.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
verf
Die motor word blou geverf.