Woordeskat
Leer Werkwoorde – Nederlands
raden
Je moet raden wie ik ben!
raai
Jy moet raai wie ek is!
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
meng
Verskeie bestanddele moet gemeng word.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.
optrek
Die helikopter trek die twee mans op.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
soek na
Die polisie soek na die dader.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
herhaal
My papegaai kan my naam herhaal.
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
lei
Die mees ervare stapper lei altyd.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
trek
My nefie is besig om te trek.
drinken
Ze drinkt thee.
drink
Sy drink tee.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
jaag
Die cowboys jaag die beeste met perde.
betalen
Ze betaalde met een creditcard.
betaal
Sy het met ’n kredietkaart betaal.
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
vergewe
Sy kan hom nooit daarvoor vergewe nie!