Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/96668495.webp
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
druk
Boeke en koerante word gedruk.
cms/verbs-webp/92054480.webp
gaan
Waar is het meer dat hier was heengegaan?
gaan
Waarheen het die meer wat hier was, gegaan?
cms/verbs-webp/49374196.webp
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
ontslaan
My baas het my ontslaan.
cms/verbs-webp/86064675.webp
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
druk
Die motor het gestop en moes gedruk word.
cms/verbs-webp/91906251.webp
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.
roep
Die seun roep so hard soos hy kan.
cms/verbs-webp/115113805.webp
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
gesels
Hulle gesels met mekaar.
cms/verbs-webp/90539620.webp
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
verbygaan
Tyd gaan soms stadig verby.
cms/verbs-webp/91147324.webp
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
beloon
Hy is met ’n medalje beloon.
cms/verbs-webp/120509602.webp
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
vergewe
Sy kan hom nooit daarvoor vergewe nie!
cms/verbs-webp/118485571.webp
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
doen vir
Hulle wil iets vir hulle gesondheid doen.
cms/verbs-webp/105875674.webp
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
skop
In vegkuns moet jy goed kan skop.
cms/verbs-webp/123947269.webp
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
monitor
Alles word hier deur kameras gemonitor.