Woordenlijst
Leer werkwoorden – Hausa
buƙata
Ya buƙaci ranar da ya tafi da shi.
eisen
Hij eiste compensatie van de persoon waarmee hij een ongeluk had.
aika
Kamfanin yana son aika wa mutane fiye.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
so tafi waje
Yaro ya so ya tafi waje.
naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.
manta
Suka manta ‘yaransu a isteishonin.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
fitar
Mai girki ya fitar da wadannan majalloli.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
zabe
Zababbun mutane suke zabe akan al‘amuransu yau.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
gajere
Dole ne a gajeranci abubuwan da suka shafi yara.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
so
Ita kadai ta so dobbinsa yadda ya kamata.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
tare
Su biyu suna nufin su shiga cikin gida tare.
samenwonen
De twee zijn van plan om binnenkort samen te gaan wonen.
tafi
Kuwa inda ku biyu ke tafi?
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
fassara
Ya fassara rubutun da mazurna.
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.