Woordenlijst

Leer werkwoorden – Hausa

cms/verbs-webp/84476170.webp
buƙata
Ya buƙaci ranar da ya tafi da shi.
eisen
Hij eiste compensatie van de persoon waarmee hij een ongeluk had.
cms/verbs-webp/103797145.webp
aika
Kamfanin yana son aika wa mutane fiye.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
cms/verbs-webp/120015763.webp
so tafi waje
Yaro ya so ya tafi waje.
naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.
cms/verbs-webp/71991676.webp
manta
Suka manta ‘yaransu a isteishonin.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
cms/verbs-webp/98060831.webp
fitar
Mai girki ya fitar da wadannan majalloli.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
cms/verbs-webp/119188213.webp
zabe
Zababbun mutane suke zabe akan al‘amuransu yau.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
cms/verbs-webp/63457415.webp
gajere
Dole ne a gajeranci abubuwan da suka shafi yara.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
cms/verbs-webp/119235815.webp
so
Ita kadai ta so dobbinsa yadda ya kamata.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
cms/verbs-webp/67095816.webp
tare
Su biyu suna nufin su shiga cikin gida tare.
samenwonen
De twee zijn van plan om binnenkort samen te gaan wonen.
cms/verbs-webp/82669892.webp
tafi
Kuwa inda ku biyu ke tafi?
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
cms/verbs-webp/79582356.webp
fassara
Ya fassara rubutun da mazurna.
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.
cms/verbs-webp/109157162.webp
sauƙaƙe
Shi yana yi da sauki wajen yawo akan ruwa.
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.